Vóór de eerste les
Een uitnodiging
Aan jullie beiden,
Ik schrijf jullie omdat het werk eigenlijk al begonnen is. Niet hier, en niet bij mij — maar in de jaren die jullie samen achter de rug hebben, in alles wat jullie al voor elkaar gedragen hebben zonder dat iemand jullie dat ooit heeft gevraagd. Wat ik jullie hier aanbied is dus geen nieuw begin, en al helemaal geen diagnose. Het is een vervolg: een manier om met wat er al is iets zorgvuldiger, iets bewuster om te gaan. Jullie hoeven niet gerepareerd te worden. Er is niets stuk dat eerst gemaakt moet worden. Er is wél iets te zien — en samen te leren zien — dat tot nu toe vaak in de schaduw is gebleven.
Kijk eerst eens naar wat er al staat. Jullie hebben samen een leven opgebouwd: een reeks jaren waarin jullie door van alles heen zijn gegaan — mooie tijden, moeilijke tijden, en het geduldige opbouwen van een leven dat houdt. Dat is geen vanzelfsprekendheid; dat is een fundament. Misschien heeft de een dat fundament vooral gedragen en bij elkaar gehouden, en heeft de ander ervoor gevochten toen het erop aankwam. Op dat fundament leggen we het werk neer. Niet omdat het wankelt, maar juist omdat het stevig genoeg is om er iets kwetsbaars op te durven leggen.
De eerste stappen vraag ik jullie nog vóór we elkaar voor de eerste les zien. Het zijn kleine stappen, maar wezenlijke. Eerst vult ieder van jullie een test in over jullie overlevingshoudingen — juist helemaal aan het begin, onbevangen, voordat de lessen je blik kunnen kleuren. Wat eruit komt, laat ik dan nog even rusten: rond de derde of vierde les openen we het samen, als portret van jullie beider houdingen en van de dans die ze samen vormen. Niet eerder — een spiegel helpt pas als je er samen rustig in kunt kijken. Daarna wil ik jullie vragen om ieder voor zich de partnervragenlijst in te vullen. Doe dat alsjeblieft ieder afzonderlijk, en spreek er vooraf niet samen over. Dat klinkt misschien gek, want jullie delen zo veel — maar juist daarom. Pas wanneer je éérst in stilte, voor jezelf, onder woorden brengt hoe je de relatie op dit moment ziet, welke patronen je herkent, en wat er aan verlangens en zorgen onder de oppervlakte meebeweegt, ontstaat er materiaal dat we in de eerste les samen kunnen openleggen.
Je vindt de vragenlijst op deze website. Het is geen test, geen meting en geen scorebord — het is een uitnodiging om te kijken, niet om te oordelen. Wat jullie er ieder voor zich opschrijven, is het vertrekpunt van les 1.
Waar gaan we daarna samen naar kijken? Grofweg langs drie lijnen, die in de praktijk voortdurend in elkaar overlopen. De eerste is dat er in ieder van ons, ook als volwassene, nog altijd een kind meereist — een jonger deel dat ooit precies leerde wat het moest doen om geliefd en veilig te zijn, en dat soms nog steeds tussenbeide komt in jullie gesprekken zonder dat jullie het in de gaten hebben. We gaan dat kind in jullie allebei leren kennen, met zachtheid en zonder haast. Niet om iemand terug te brengen naar vroeger, maar om te verstaan wie er eigenlijk aan het woord is wanneer een gesprek opeens een andere lading krijgt dan het onderwerp rechtvaardigt.
De tweede lijn is heel praktisch en gaat over hoe jullie met elkaar praten. Hoe begin je een moeilijk gesprek zó dat de ander niet meteen in de verdediging schiet? Hoe merk je de honderden kleine signalen op waarmee je elkaar de hele dag, vaak onuitgesproken, om aandacht en contact vraagt? En hoe vind je de weg terug naar elkaar wanneer het tóch is misgegaan? Dat zijn geen trucjes; het zijn vaardigheden die langzaam groeien, en die we stap voor stap oefenen met onderwerpen uit jullie eigen leven.
De derde lijn gaat over het lichaam. Ieder van ons nam lang geleden een houding aan om te overleven — een manier van je schrap zetten, je terugtrekken, doorgaan, of zorgen voor een ander — en die houding zit niet alleen in ons hoofd maar ook in hoe we staan, ademen en bewegen. Twee van zulke houdingen vormen samen een soort dans: een patroon dat jullie, zonder het te kiezen, eigenlijk al jaren samen dansen. Ergens in de loop van het traject komt er een klein hulpmiddel langs dat helpt om die houdingen — en jullie gezamenlijke dans — wat scherper in beeld te brengen. Daarover vertel ik te zijner tijd meer; voor nu hoeven jullie er niets mee.
Van jullie allebei vraagt dit iets anders, en dat hoort ook zo. Van de een zal ik vooral vragen om af en toe iets neer te durven leggen — niet alles tegelijk dragen, het stuur zo nu en dan even loslaten en kijken wat er gebeurt wanneer je niet in je eentje alles draagt. Van de ander zal ik vooral vragen om af en toe stil te durven vallen — niet om iets te presteren, niet om meteen een oplossing klaar te hebben, maar om te blijven bij iets ongemakkelijks zonder er overheen te stappen. Wie van jullie welke vraag het meest herkent, ontdekken jullie onderweg vanzelf. Het zijn geen opdrachten. Het zijn vragen die we samen, in jullie eigen tempo, onderzoeken.
Laat me ook zeggen wat dit níet is. Het is geen rechtbank waar wordt uitgezocht wie gelijk heeft. Het is geen scorebord waarop wordt bijgehouden wie meer zijn best doet. En het is zeker niet zo dat één van jullie de patiënt is en de ander er maar bij zit om te helpen. Jullie staan hier als twee gelijkwaardige mensen, ieder met een eigen verhaal, een eigen pijn en eigen bronnen van kracht. De uitkomst staat evenmin vast. Dit traject wil niets redden en niets afdwingen; het wil jullie helpen elkaar — en jezelf — wat helderder te zien. Wat jullie daar vervolgens mee doen, is aan jullie.
Praktisch ziet het er zo uit. Tien lessen, telkens met dezelfde rustige opbouw; het ritme en de vorm stemmen jullie af met je begeleider. Er is geen haast en geen vaste einddatum waar we naartoe moeten werken. Elke les bestaat uit een deel dat jullie samen doen en een klein deel voor ieder apart. Het is geen huiswerk in de schoolse zin — eerder een handvol vragen en oefeningen om mee door te dragen.
Lees deze brief samen, of ieder apart — zoals het jullie past. Begin met de vragenlijst, ieder voor zich. En laat me daarna weten wanneer jullie hierover gesproken hebben en wat jullie ervan vinden. Dan kijken we samen wanneer, en hoe, we beginnen.
Met warme groet,
je begeleider